Miriam Müller, Jonathan Stökl, Diederik Halbertsma
Rijksmuseum van Oudheden, Leemanszaal
Het thema van de Week van de Klassieken (9 t/m 19 april 2026) is “Veelstemmige oudheid. Stemmen van toen, stemmen van nu”. De slotmiddag in het Rijksmuseum van Oudheden wordt georganiseerd door het NINO en ONOS.
In het land van de Bijbel – de Levant – leefden in het verleden talrijke stammen, dynastieën en regionale groepen naast en met elkaar. Wie kent niet de Judeeërs, Moabieten of Amorieten? Maar wat betekenen deze etnische aanduidingen eigenlijk, die we zo vaak gebruiken zonder precies te weten wat ermee wordt bedoeld? Wat betekende het om bijvoorbeeld een Amoriet, een Moabiet, of een Judeeër te zijn? En is het überhaupt mogelijk om zulke groepen uit de oudheid scherp van elkaar te onderscheiden? Van sommige gemeenschappen kennen we vooral de schriftelijke overlevering, terwijl we bij anderen juist proberen verbanden te leggen met archeologische vondsten. Tijdens deze slotmiddag van de Week van de Klassieken willen het Nederlands Instituut van het Nabije Oosten en de afdeling Oude Nabije Oosten Studies van de Universiteit Leiden meer duidelijkheid scheppen. Aan de hand van een reeks casestudies worden het concept van identiteit, de complexe wisselwerking tussen tekst en archeologie, en verschillende identiteiten in de Levant, van het derde tot en met het eerste millennium v.Chr., belicht.
Miriam Müller (UL/NINO)
De Amorieten zijn niet alleen bekend uit de Bijbel, maar spelen ook een belangrijke rol in talrijke Mesopotamische bronnen. Uit schriftelijke overleveringen blijkt dat zij een noordwest-Semitische bevolkingsgroep vormden, die vooral bekend werd door migratiestromen vanuit het noorden naar de Levant en het zuiden van Mesopotamië. In het vroege tweede millennium v.Chr. stichtten zij een Amorietische dynastie in Babylon, met koning Hammurabi als de bekendste vertegenwoordiger. Recentelijk is de theorie geopperd dat in dezelfde periode ook in Egypte een Amorietische dynastie aan de macht kwam: de zogenaamde Hyksos. Deze hypothese is voornamelijk gebaseerd op archeologisch bewijsmateriaal. Dit roept echter de vraag op wat we precies verstaan onder een “Amorietische materiële cultuur”. In deze presentatie wordt het enigma van de Hyksos belicht vanuit de bestaande kennis over de Amorieten, en wordt de mogelijkheid van een gedeelde identiteit kritisch besproken.
Jonathan Stökl (UL)
Nadat de Assyriërs in 720 v.o.j. Samaria, de hoofdstad van het koninkrijk Israël veroverden, deporteerden ze een groot deel van de bevolking naar Assyrië. Deze bevolkingsgroep verdwijnt hierna uit de historische bronnen. Zo’n anderhalve eeuw later, in 586 v.o.j., deporteerden de Babyloniërs de Judeërs naar zuid-Babylonië, waarschijnlijk in de buurt van de stad Nippur. We hebben administratieve spijkerschriftteksten (uit Al Yahudu) die ook in de vijfde eeuw v.o.j. nog laten zien dat deze mensen door de Babylonische overheid als Judëers (of Joden) gezien werden. Het Bijbelse boek Ezechiël, voor een groot deel vanuit het perspectief van de Babylonische ballingschap geschreven, benoemt deze groep echter niet als Judeeërs maar als Israëlieten. Waar dit voor ons wellicht geen groot verschil lijkt te zijn, was dat in de oudheid wel zo: Israël was immers altijd het grotere, noordelijke koninkrijk dat Juda lang overheerste. De meeste niet-Bijbelse teksten noemen deze groep mensen in Babylon dus Judëers, terwijl Bijbelse teksten het meestal over ‘Israëlieten’ hebben. In deze presentatie ga ik deze ingewikkelde vraag belichten en hier voorzichtig een antwoord op formuleren.
Diederik Halbertsma (NINO)
Het koninkrijk Moab, gelegen ten oosten van de Dode Zee in het huidige Jordanië, bestond grofweg van de 9e tot de 6e eeuw v. Chr. Moab is vooral bekend uit de Bijbelse traditie, waarin de Moabieten vaak worden neergezet als aartsvijanden van de Israëlieten. Naast deze externe en polemische bronnen beschikken we echter over een corpus van Moabitische inscripties, die zeldzame inzichten bieden in de wijze waarop de Moabieten zichzelf waarschijnlijk zagen. Daarnaast levert archeologisch onderzoek waardevolle informatie over het dagelijks leven van de bevolking. Waar de geschreven bronnen een relatief uniform beeld schetsen van identiteitsvorming in Moab, wijst het archeologische materiaal op een meer genuanceerde en complexe werkelijkheid. Deze presentatie onderzoekt deze verschillende perspectieven en de spanningen daartussen.